De zogenaamde 'Jonas' versiering behoort tot de vroegste versieringen die op kleipijpen werden aangebracht, ze zijn rond 1630 ontstaan. De ketel is vormgegeven in de vorm van een mannenhoofd met snor en meestal sik of baard en de steel is versierd met een wijdopen gesperde vissenbek die de man lijkt op te eten (of uit te spugen). Zoals de vroegste pijpenmakers in de verschillende Nederlandse plaatsen hun eigen lokale karakteristieke vorm ontwikkelden, zo deden zij dit ook in het geval van de 'Jonas' versieringen.
Veel Jonas pijpen zijn niet voorzien van een gestempeld makersmerk in de hiel, maar diverse pijpenmakers graveerden initialen aan weerszijden van de steel.
Rond de overgang van de 17e naar de 18e eeuw verdween het thema, hoewel op 18e eeuwse pijpen zo nu en dan nog wel een vissen of monsterbek in de steel werd verwerkt.
Circa 1640, gevonden in Gouda en daar waarschijnlijk ook gemaakt.
Soms liggen ze gewoon voor het oprapen :-) Een fraaie Jonas uit ca 1650 met leuk stuk steel, gevonden in Gouda.
Circa 1630-1635, gemaakt door Jacob Pietersen (merk IP gekroond met stip tussen de letters) uit Hoorn.
Bovenstaande pijpjes zijn in de omgeving van Hoorn gevonden
De modelletjes hierboven zijn duidelijk een stuk primitiever dan de meeste Jonas pijpjes en de sterke lijnen van de ogen en oren zijn opvallend. Verschillende van deze modellen zijn gevonden in de omgeving van Rotterdam en Den Haag, maar ook in Amsterdam. Circa 1630-1650.
Circa 1640-1660.
Circa 1640-1665, Amsterdam.
Circa 1650-1660, afkomstig uit Gouda.
Een fraaie, geheel groen geglazuurde Jonas pijp. Dergelijke geheel geglazuurde pijpen kwamen sporadisch voor, waarbij groen maar ook geel en donkerbruin de meest voorkomende kleuren zijn.
Links een geel geglazuurd steelfragment.
Beide zijn gevonden in de omgeving van Amsterdam.
De twee bovenstaande pijpjes hebben op de steel de letter C met een ster en een monogram DP. Circa 1655-75, Cornelis Dircksz Peck in Gouda.
Circa 1650-1670, letters D (?) en P met een ster op de steel.
Circa 1650-1660, gevonden in Hoorn
Circa 1660, letters F en I aan weerszijden op de steel
Circa 1660, letters I en I aan weerszijden op de steel. Gouda.
De letters R en I op de steel, van de Goudse pijpenmaker Reinier Jansz Blom, ca 1660-1700
Onderstaande Jonas koppen zijn kenmerkend voor de laat 17e eeuwse, vroeg 18e eeuwse Leidse pijpmakers.
Bovenstaande Jonas is gevonden in een afvalstort van Leidse pijpenmakers die tussen 1652 en 1660 actief waren. De vondst omvatte met name onbewerkte maar wel gemerkte pijpen, diverse fragmenten van pijpenpotten en deze bovenstaande Jonas die zodoende ook in Leiden gemaakt lijkt te zijn in die periode. Opvallend zijn de sterren versieringen op beide wangen van Jonas.
Bij latere exemplaren (circa 1680-1700) van Jonas pijpen die door Leidse pijpenmakers gemaakt zijn werden de nek en de wangen steevast versierd, zie hieronder.
Grote Jonas kop, die typerend is voor Maastrichtse pijpmakers uit de tweede helft van de 17e eeuw. Opvallend is de grootte en vormgeving van de kop, zeker in vergelijking tot het 'Hollandse' model ernaast
De slang komt als versiering ook zonder Jonas voor op pijpjes uit begin 17e eeuw met vooral barokke versiering. Bekend zijn koppen met fleur de lis of barok versiering en de slang op de steel, of zoals hiernaast waar de slangebek in de kop uitloopt. Een heel vroege voorloper van de latere 'snoeken- of vissenbek' koppen uit vnl de 18e eeuw
'Dop' modelletje met hielmerk 222. Op de steel de kenmerkende slang / zeemonster versiering zoals we die ook bij de Jonas pijpen zien